Voor jou – eerste lange reisverhaal

Het eerste grote verhaal over de reis die inmiddels 3,5 maand geleden aanving. Ik put daarbij uit een tiental brieven die ik heb geschreven aan verschillende vrienden. Ook sta ik mijn drang om alles op het huidige moment te veranderen toe. Maar eindeloos bijschaven ga ik niet doen. Ik gun jou namelijk een persoonlijk verhaal, en dat zit hem soms in dat onaffe. Een verhaal met rare randjes en zinnen die net iets te lang door gaan. De ansichtkaart waar door gebrek aan ruimte steeds kleiner wordt geschreven en uiteindelijk de ´liefs, Frederik´ ergens verticaal naast het ontvangende adres staat.

Geen beschouwend reisverslag, maar een brief aan jou.

Hey Jij!

Ik had al een tijd geleden bedacht om je te schrijven. Met een beetje schuld schrijf ik je nu, weken later. Ons goede contact herinnerend wilde ik je niet afdoen met een vluchtig berichtje. En zo kwam je op m’n lijstje terecht van ‘mensen die ik graag wil schrijven als ik daar de tijd voor neem’. Een interessant lijstje, maar één die niet korter wordt door recent1611-mexicoe avonturen.

Zo schrijf ik dit bericht op de minilaptop, ver van de vriendin van wie ik hem heb gehad en waar ik moest inbreken omdat ik mijzelf had buitengesloten terwijl ik op haar huis pastte. Bedankt Siri uit Wamel en bedankt vindingrijkheid! Ik ben er echt heel dankbaar voor en m´n fijne motoriek heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. M´n hand is namelijk even groot als het hele toetsenbord. Overigens heeft deze Packard Bell Dot S een nieuwe naam: ‘Geduldstrainer‘. Hij is soms nog trager dan ik die met 15 kilo bananen een kleine berg op moest in Guatemala. Eventuele typfouten dicht ik ook mijn geduldstrainer toe.
Enfin, ik schrijf deze brief terwijl ik op bananen- en papayabomen uitkijk, bivakkerend in een tent in een dorpje aan de kust van de Pacifische Oceaan. Ik zit in Mexico, samen met m’n vrouw die ik jaar geleden ontmoette in Tilburg. Ik heb geprobeerd mijn GPS gegevens met je te delen, zodat je nu live kan zien waar ik ben. Helaas lukt het me niet. Wel vertelde Google me dat de kerstman over 5 dagen vertrekt, wat fijn. Voor nu moet je het dus even doen met deze screenshot. Mocht je weten hoe ik m’n Google+kaart met je kan delen, laat het me weten!

Maar laptopje mee is superfijn. Niet dat ik veel achter het scherm wil zitten, maar het creëert wel mogelijkheden. Zo heb ik al wat werk kunnen doen wat anders gewoon niet kon. Zo probeer ik om wat te verdienen als surffotograaf. En ik zorg dat het artistieke werk van Elise wat meer publiek ontvangt. Zij, zoals het een echte kunstenaar betaamt, heeft vrij veel weerstand als het gaat om haar werk delen. Dus ik maak foto’s, opnames en tekstjes om haar te kunnen laten doen waar ze van houdt. Ooit wil ik nog eens een mooi stuk schrijven over de vele contradicties die we in het leven tegenkomen. De publiekschuwe artiest is daar één van.
Tevens vroeg Journeys to the East me om een handig en mooi boekje te maken voor hun aankomende pelgrimstocht: Sacred Sites of Southern India.
Pelgrimstocht? Frederik? Huh, hoe kom je daar terecht?”, hoor ik je denken. Dat is misschien een wat lang verhaal om nu te beschrijven, maar ik ontmoette degene die dat organiseert in januari 2015 en besloot om mee op pad te gaan op hun volgende reis. Wat overtuigde me precies om dit te doen? Het idee van een combinatie van innerlijk en uiterlijk reizen trok, en trekt me nog steeds, enorm. En deze reis is eigenlijk een van die oorzaken geweest voor het uiteindelijke gevolg dat ik al m´n spullen wegdeed en op reis ging. Dus, alhoewel ik nog steeds niets heb geschreven over hoe het nu met me gaat, sta me nog even wat uitwijding toe.

Per vliegtuig en bus voerde het pad van deze pelgrimstocht door het hart van Centraal Azië. Oezbekistan om precies te zijn. Één van die vele stans. Meestal horen we alleen (met de nodige horror) van Afghanistan, maar het oude rijk van de Perzen, Alexander de Grote, Ghengis Khan en Timur kent ook: Turkmenistan, Kazachstan, Tadzjikistan en Kirgizië (wat in het Engels gelukkig Kirgistan is). Het ligt ergens hier en was ooit het middelpunt van de Zijderoute. Maar dit kruispunt van Zoroastrisme, Boeddhisme, Christendomisme, Islamisme en Russisch Alcoholisme heeft ook een rijke geschiedenis in de mystiek van zelfstudie-isme.

Het was een tocht die zich niet laat samenvatten, al is het alleen al omdat ik dan het beeld zou bevestigen dat hij ‘afgerond’ zou zijn. Ik voel nog elke week hoe mijn reis langs de steden, moskeeën en mensen mijn wereldbeeld en gevoelswereld verrijken. Het vraagt me om je een keer apart hierover te schrijven en m´n foto´s met je te delen. [Update: hier staat alvast een korte impressie met meer foto’s]

Back to the near past Frederik! De levende herinneringen aan Oezbekistan reizen nu met mij mee door een nieuw onbekende. Na een zomer van Europa prompte ik m’n backpack vol met alles wat overbleef na een groot weggeefritueel en vertrok met Elise op een reis zonder eind en zonder vaste omlijning. Een eerste anker werd gevormd door het ‘vermoeden’ van Elise dat Guatemala waardevol zou zijn. We plakten daar een hoofdstuk VS voor, omdat het “op de route lag”, en zo vertrokken we 9 september naar een van die glazen juwelen van onze huidige culturele ontwikkeling; New York City!

Zoals verwacht reizen we op een manier die bestaat uit lang op specifieke plekken blijven en weinig toeristische dingen doen. De VS bleek een bijzondere en zeer waardevol eerste hoofdstuk. Een ‘voorwoord’ in ons reisboek.

Voorwoord

We verbleven in de VS in totaal 4 weken, waarvan meer dan de helft niet bij elkaar in de buurt. We vonden dat een prachtige daad van verbondenheid. Na onszelf zonder enige ambitie te hebben ondergedompeld in New York City splitsten we op. Ik naar een retraite in ‘upstate New York’ en Elise naar een retraite in Athens, Georgia. (Georgia, waar dat typische “y’alllll” vandaan komt.)

New York City was aardig voor ons. De Amerikaanse aardigheid is werkelijk iets wat meer gewaardeerd mag worden in mijn eigen beeld van de VS. Zoals je weet heb ik niet zo’n hoge dunk van het ‘Amerikaanse Model’ van consumptie, schreeuwerigheid en macht. Ik kwam met een ander stukje Amerika in contact. Zo konden we bij goede vrienden van mij slapen, midden in Brooklyn en Manhattan., terwijl zij niet thuis waren. Ook is het echt niet gek als je de “how are you doing?” van een serveerster of verkoper met een verhaaltje beantwoord. Ze zijn echt geïnteresseerd. Nah ja, iets in mij denkt ook nog dat het fake is, maar de wedervragen en dat ze je de dag erna herinneren is óf oprechte aardigheid óf goed gastheer/vrouw-schap. Voor beide heb ik waardering, en meer dan voor onze “alles goed?” waarbij een langer antwoord dan “ja” in de rug of rollende ogen van de bediening verdwijnt. Wat zou het toch gaaf (en vreemd) zijn als jij en ik die vraag echt gaan stellen en echt gaan beantwoorden. Laten we in elk geval met elkaar hierin oefenen!

Ik vertrok uit NYC op geheel onamerikaanse wijze. Ik nam de trein. Amerikanen nemen geen treinen, zij rijden auto’s. Veul en groot. Het zijn bijna treinen, maar dan voor 1 persoon. Later op de reis had ik het met een Amerikaanse uit Boston over hun liefde voor het leven in afgesloten ruimtes. Amerikanen zijn altijd binnen. Hun huis, kantoor en winkels hebben geen open ramen maar airco en tussen huis, kantoor en winkel zitten ze in die magic moving bubble: de auto, wederom met gesloten ramen en airco. Op zich zou de trein toch ook in dit verhaal moeten passen, maar elke trein die ik in de VS nam was aardig leeg. De psycholoog in mij vraagt zich af wat zo’n laag glas en zo’n afgesloten ruimte voor effect heeft op het onderbewuste en gevoelsleven van een mens. Zelf merk ik wel altijd het effect van airco en kantoorklimaten op m’n ogen en keel en een soort innerlijke geprikkeldheid. Ik zal je deze zijtak voor nu besparen, maar op m’n blog zal vast een stuk vol speculatie verschijnen over de ‘Homo Vivit Intra’ (de Binnenlevende Mens). Misschien kan je me voor die tijd jouw gedachten en ervaringen hierover eens delen…

De lege trein nam mij naar een groot klooster aan de Hudson, omgedoopt in Garrison Institute, mmmkay. Hier nam ik deel aan een ‘study of Being through movement’ van het Institute for Creative Studies. Deze retraite was de grootste reden dat New York voor ons op de route naar Guatemala lag, wat eigenlijk helemaal niet zo is. Deze detour gaf me de gelegenheid om bijeen te komen met de mensen waarmee ik door Oezbekistan had gereisd. Belangrijker nog, ik kon wellicht dieper duiken in het pad van zelfonderzoek en zelfontwikkeling wat ik 10 jaar eerder begon te bewandelen. Ik heb hier nog niet veel met je over gedeeld, simpelweg omdat ik het een heel intiem iets vind waar ik vooral voor mezelf mee bezig ben. De naam van het seminar vind ik echter een hele goede; het bestuderen van Zijn door beweging. Vragen waarmee ik daar praktisch aan de slag ging zijn: Wat is Zijn? Ben ik me gewaar van m’n beweging? Wat gebeurt er met me als ik me daarvan gewaar wordt? Welke vragen kan ik mezelf stellen die me meer laten zien van Zijn? Welke rol speelt discipline in vrijheid? Wat is de waarde van stilte? Welke rol heeft het lichaam in spiritualiteit?

Voor mij persoonlijk eindigde het seminar niet op 19 september zoals voor de rest. Ruim voor het lange weekend had ik een bekende geschreven die ook naar seminar ging. Zijn vrouw en twee logees praktiseren dezelfde oefeningen en filosofie. Verblijvend bij hen konden we dagelijks bijeen blijven komen voor ‘morning exercise’: innerlijk werk en een ashtanga yoga routine. Is het niet interessant hoe de ‘druk’ van een groep er voor kan zorgen dat je een discipline ontwikkelt die moeilijker alleen te bewerkstelligen is…? Ik denk dat dit een van de functies van religie is (of was); bijeenkomen omdat sámen iets (l)eren makkelijker is dan alleen. Ook denk ik dat het goed is als dit tijdelijk is, dat je na een tijdje weer wordt teruggeworpen op je eigen wilskracht en eigenwijsheid en je je weer losmaakt van het sociale dogma. Juist die combi van individueel en groepswerk maakt voor mij het idee dat ik aan ‘bevrijding van mijzelf’ werk, echt.

M’n verblijf in de contreien van New Paltz bood bezoekjes aan Kingston, Woodstock (ja die!) en vrienden in Massachusetts (7 punten als je dat in één keer goed schrijft). Verder heb ik kunnen mountainbiken, hiken en zelfs skateboarden met de jongste zoon (9 jaar). De dorpjes in New England zijn echt het bezoek waard als je er een keer bent. We kennen allemaal de beelden van een rij houten huizen. In Kingston vind je die beelden in het echt en hebben ze ook nog eens prachtige murals als bedankje van kunstenaars.

De wederhelft van m’n ziel bezocht een sjamaan in de buurt van Atlanta en hopte op de bonnevooi verder en vond een prachtige opvang voor dieren, Sweet Olive Farm, waar ze in een cottage in het bos verbleef. En op de laatste dag van september reisde ik per auto en trein naar haar toe. Over die autorit van 11 uur die mij halverwege bracht schreef ik dit verhaal. Het voorwoord in de VS was goed, heel goed voor ons.

Ik hoop dat ik met dit verhaal wat erg lang aan het worden is m’n tekstuele stilte enigszins heb goed gemaakt. Op 3 oktober vertrokken we naar hoofdstuk 1 van ons reisboek: het land van de Maya’s en schoenenstelers: Guatemala. Laat ik onze metafoor dus maar volgen en hier ook dit verhaal onderbreken.

Tot snel!

Advertisements